Les 9

De twee meest voorkomende eerste zetten zijn:

1.P-7f

1.P-2f

De eerste opent de Loperdiagonaal, de tweede ontwikkelt de Torenpion. Beginnen met 1.R-5h of 1.R-6h komt wel eens voor, maar hoogst zelden. Beginnen met het opspelen van een generaal naar de tweede rij is onhandig, want je blokkeert dan meestal allerlei mogelijkheden, bijvoorbeeld verhinder je zo snel een Ranging Rook van jezelf. Een andere Pion opspelen is ook vaak zwak want inspecifiek: het dient nergens toe, in eerste instantie. Bovendien is het zo dat de plaatsing van de Toren het allerbelangrijkste punt van de opening is, en de Pion-openingszetten passen zich aan dat hogere plan aan:

Als een van de twee spelers Ranging Rook speelt, en de andere speelt Static Rook, dan noemen we de partij een Static Rook partij. De twee Torens staan dan aan één kant van het bord [linkerkant of rechterkant], en de twee Koningen gaan dan natuurlijk allebei naar de andere kant [Keep the King and Rook apart]. Zodoende ontstaat er op het bord een vechthelft [twee Torens tegenover elkaar] en een Koningshelft [met twee verschanste Koningen]. Na de doorbraak aan de vechtkant zwenk je dan met je aanvallers, aangekomen in het promotiegebied aan de kant waar het vijandelijk fort niet staat, negentig graden, om in dat promotiegebied aan de andere zijde dat vijandelijk fort af te gaan breken.

Als beide spelers Static Rook spelen [en dus de beide Torens recht op het vijandelijk fort gericht staan en het een tempo-gevoelige mat-race wordt] noemen we de partij een Static Rook partij.

Als beide spelers Ranging Rook spelen noemen we de partij Double Ranging Rook. Deze opening komt minder vaak voor, want Toren en Loper werken er niet goed in samen. Maar daardoor is het ook weer een joseki-loze opening [opening zonder standaardzetten] en dus een vechtopening. Het woord “joseki” hoeft geen alarmbellen te laten rinkelen, want het is alleen maar spraakgebruik: er is geen enkele parallel met de encyclopedische hoekzetvarianten in Go. Natuurlijk zijn er wat standaardzetten bij Shogi, maar niet erg veel. je komt ze allemaal in het begin van je Shogi carrière tegen en snapt ze en passant geheel.

De belangrijkste raad bij Ranging Rook partijen is een conflictuerend advies: voor de Static Rook speler is het goed Lopers te ruilen, voor de Ranging Rook speler is het goed Torens te ruilen. Dit is niet nader uit te leggen dan dat het een ervaringsfeit van eeuwen is. Dit heeft zijn neerslag op de allereerste zetten:

Zodra je P-2f of P-8d speelt dan beken je je tot Static Rook. Want het heeft geen zin die Pion op te spelen en daarna met je Toren erachter weg te gaan. Dus na 1. P-7f [de meest voorkomende openingszet] en 1…P-3d sluit je de Loperdiagonaal als je Ranging Rook wilt spelen en speel je de Torenpion op als je Static Rook wilt spelen. Het komt vaker voor dat Wit Ranging Rook speelt dan Zwart. Dus:

1.P-7f, P-3d; 2.P-2f, P-4d leidt tot een Ranging Rook partij waarbij Wit de RR is.

1.P-7f, P-3d; 2.P-6f, P-8d leidt tot een Ranging Rook partij waarbij Zwart RR is.

1.P-7f, P-3d; 2.P-2f, P-8d leidt tot een Static Rook partij [in dit geval de Side Pawn, de scherpste Shogi opening: één foutje en je kan het schudden: het is koorddansen].

1.P-7f, P-3d; 2.P-6f, P-4d leidt tot een Double Ranging Rook partij.

1.P-7f, P-8d; 2.S-6h, P-3d; 3.S-7g leidt tot een Static Rook partij [in dit geval de Yagura, de moeilijkste Shogi opening: wat in die opening in de ene positie goed is, is in een positie die er maar een klein beetje van verschilt slecht][informatie van de profs zelf!]

1.P-2f, P-8d leidt tot een Static Rook partij [meestal Wing Attack: beide spelers vallen aan over hun Torenlijn].