Les 5

Niet alle detailregels van Shogi staan in de beginnersfolder.

Eeuwig schaak is verboden bij Shogi. Wie voor de vierde keer in dezelfde positie schaak geeft heeft verloren.

Is er sprake van cyclische herhaling van zetten zonder dat daarbij alle zetten schaak zijn [dus zonder dat een van beide spelers alleen maar gedwongen verdedigingszetten moet doen] dan is de partij remise bij het voor de vierde keer bereiken van dezelfde stelling. Remisepartijen door herhaling van zetten [Japans: sennichite] worden overgespeeld, met verwisselde kleuren [dus dan géén Furigoma] en de rest van de bedenktijd op de klok. Het is als het ware dezelfde partij.

Voor impasse-situaties [jishogi] geldt een puntentelling. Soms kan een Koning de veiligheid in vluchten door langs de stukken van de aanvallende tegenstander heen te glippen en zich te verschansen in het kamp van de vijand [de achterste drie rijen], vaak gedekt door eigen generaals of Tokins [gepromoveerde Pionnen]. Daar staat zo’n Koning relatief veilig omdat de zwakkere Shogi stukken meer voorwaarts dan achtewaarts gericht staan en dus moeilijker achterwaarts bewegend kunnen áánvallen. Lukt het beide spelers om op die manier te vluchten dan is er meestal sprake van een impasse. De regel daarvoor is deze:

Elk stuk wordt geteld voor één punt, behalve Toren en Loper, die elk 5 punten waard zijn. Een speler die 24 punten of méér heeft kan niet verliezen [heeft hij er 23 of minder dan verliest hij]. Koningen worden niet meegeteld [want die zijn de enige stukken die niet van eigenaar kunnen wisselen, en kunnen aldus geen materieel verschil symboliseren], en promoties tellen eveneens niet mee. In totaal zijn er 54 punten in het spel [bij handicap Shogi is de conventie dat Wit, de handicap-gever, er de waarde van de handicap bij krijgt]. Het is remise als beide spelers minimaal 24 punten hebben. Maar nu doet zich een praktisch probleem voor. Omdat jishogi-partijen doorgaans lang duren en beide spelers vaak al in byoyomi zitten heeft het niet zoveel zin om zo’n partij over te spelen: op een toernooi kom je dan bijvoorbeeld met z’n allen meteen al door het wachten een ronde achter te zitten. Dus geldt voor amateur toernooien [profs spelen wèl over maar die doen dat gewoon op een andere dag] doorgaans de regel van jishogi bij 27 punten [precies gelijk aantal bij beide spelers] en dan wint Wit [per afspraak]. Deze amateurregel [die uit Japan komt] is natuurlijk enigszins oneerlijk voor één van de twee spelers [bijvoorbeeld bij een verdeling 26-28].

Je bent niet verplicht een telling aan te gaan, want je kunt, als je nog winstkansen ziet, altijd dóórspelen. Is er onenigheid tussen beide spelers hierover, dan is het gebruik dat de claimer van de puntentelling eerst al zijn stukken het promotiegebied in schuift en daarna de wedstrijdleider erbij haalt.