Les 11

De kern van het spel is doorbreken door de stelling van de tegenstander heen en zijn/haar Koning vangen. Die doorbraak wordt “sabaki” genoemd, een term die ook in Go voorkomt maar daar iets heel anders betekent [in Go betekent het “licht spel in een gebied dat door de tegenstander gedomineerd wordt”, in Shogi betekent het “losscheuren, openmaken, lospeuteren, van de stelling”; de overeenkomst is taalkundig: “los spel”. Het woord “sabaki” kan ook betekenen “je haar losmaken”, bijvoorbeeld.

Sente en Gote bestaan niet alleen Go, maar óók in Shogi, waar ze geen “voorhand” of “nahand” betekenen, maar de speler aanduiden: Sente is Zwart [hij die het eerste zet] en Gote is Wit [hij die als tweede zet]. In handicap spel worden de spelers aangeduid met andere termen, in Shogi: “shitate” [lower hand] voor de handicap-krijger, en “uwate” [upper hand] voor de handicap-gever. Op zich is bij Shogi het gebruik van het woord “handicap” omgekeerd aan het normale taalgebruik: een leek denkt wel eens dat het krijgen van een handicap juist nadelig is, terwijl in werkelijkheid het woord “handicap” hier gelezen moet worden als “voordeel doordat de ander gehandicapt is”.

Tesuji [standaard technieken] kennen we óók. Er is een handjevol tesuji met namen, meer niet. Net als joseki is tesuji bij Shogi een meer algemeen begrip, en heeft het een minder specifieke betekenis dan bij Go het geval is. Ook hier is de link taal. De twee termen wordt niet heel veel gebruikt. Shogi teksten gaan steeds over verschillende aspecten van posities en woorden dienen alleen ter verheldering daarvan. Een woord als joseki kan ook tesuji betekenen, of “vital point”, zo ruim ligt het allemaal.

De praktijk van het spel is: spelen spelen spelen. Theorie, behoudens het hier vermelde, komt absoluut op de tweede plaats. Shogi openingen zijn vloeibaarder en plooibaarder dan schaakopeningen. Vanaf zet 1 gaat het om doorbreken en matzetten. We kènnen bij Shogi het begrip “mat” [tsumi] maar de meeste partijen eindigen met opgeven, net als bij schaken. Maar het slaan van de Koning màg, en gebeurt ook [meestal omdat schaak over het hoofd werd gezien, dat laatste is dan een gebrek aan “whole-board vision” [taikyokukan], iets wat relatief redelijk vaak voorkomt: “Gut, daar staat nog een … op!”].

Shogi is een uiterst vechtspel en dus is een goede vechtmentaliteit bij Shogi essentieel [tegen je verlies kunnen]. Eén misstap kan fataal zijn [afhankelijk van de opening], en het weggeven van gewonnen partijen is een relatief vaak voorkomend verschijnsel. Remise is geen finaal wedstrijdresultaat. Dus: je wint òf je verliest. En daar kan niet iedereen tegen. Dat, gekoppeld aan het nagenoeg ontbreken van een eerstezetvoordeel, maakt Shogi zo’n goed en fascinerend spel.